Mensen proberen vaker zelf vervolging af te dwingen

Het aantal mensen dat een klacht indient als het Openbaar Ministerie besluit geen vervolging in te stellen na aangifte van een strafbaar feit, neemt flink toe. In 2005 gebeurde dat nog 2.225 keer , in 2010 2.553 keer en vorig jaar 3.107 keer. Mensen zijn mondiger en de mogelijkheid een klacht in te dienen, is bekender geworden, stelt raadsheer Jan Wolter Wabeke. Ongeveer 10 procent van de klagers krijgt gelijk.

Lees verder Mensen proberen vaker zelf vervolging af te dwingen

Video interview: ‘Nederland heeft geen homohuwelijk’

Raadsheer Jan Wolter Wabeke is een van de grondleggers van het homohuwelijk. Tegelijkertijd “bestaat dat huwelijk helemaal niet”, zegt hij stellig.

Immers heb je in Nederland geen “brevet van geaardheid” nodig om te trouwen. “Nederland heeft geen homohuwelijk, net zoals we geen negerhuwelijk hebben”, zegt Wabeke. “We hebben een huwelijk en dat is hetzelfde voor iedereen.”

Als gerenommeerd jurist en “gay” heeft Wabeke met name achter de schermen veel betekend voor het organiseren van het vrije huwelijk. “Ik bleef op de achtergrond vanwege mijn beroep”, zegt hij.

80-urige werkweek

Inmiddels 67 jaar oud werkt Wabeke nog steeds, maar “de 80-urige” werkweek is voorbij. “Op mijn zeventigste moet ik stoppen als rechter, dat komt door een oude wet die ervan uitgaat dat je niet veel ouder wordt.”

Maar helemaal stoppen zal voor iemand met een indrukwekkend CV wel lastig zijn. Wabeke was actief als Ombudsman op het gebied van verzekeringen en financiële instellingen. In die functie zag hij ook het controlestelsel op de branche verbeteren, met onder meer de komst van de AFM.

Woekerpolissen zullen volgens hem anno 2015 minder snel worden afgesloten, “omdat je als
financieel ondernemer minder snel kunt aanrommelen en je klanten misleiden.”

Bron: 7ditches.tv

Vijf vragen over de woekerpolisaffaire

Al jaren sleept de woekerpolisaffaire in Nederland zich voort. Met de komst van allerlei nieuwe massarechtszaken en claimorganisaties lijkt het alleen maar erger te worden.

Eigenlijk wel. Al in 2008 werd onder leiding van de toenmalige financiële ombudsman Jan Wolter Wabeke een nationale compensatienorm vastgesteld. Daar waren alle verzekeraars en belangrijke consumentenorganisaties bij betrokken. Aan de hand van de zogeheten Wabekenorm stelden partijen vast dat verzekeraars maximaal 2,5 tot 4 procent van de premie van de verzekering hadden mogen inhouden voor kosten. Verzekeraars beloofden op basis van die regelingen ongeveer 3 miljard euro terug te geven aan hun klanten, bij wijze van compensatie voor de zeven miljoen polissen die ze sinds begin jaren negentig hebben afgesloten.

Lees verder op Volkskrant.nl

Volkskrant: Geen duidelijke winnaar in EU-zaak over woekerpolis

Het Europese Hof van Justitie heeft een soort salomonsoordeel geveld in een woekerpoliszaak waar al maanden in Nederland naar werd uitgekeken. Zowel verzekeraars als de claimorganisaties eisen nu een overwinning op, omdat de rechter nog onduidelijkheid laat bestaan.

Alle betrokkenen keken al maanden uit naar de uitspraak, omdat die voor eens en altijd licht had moeten schijnen op de afwikkeling van de Nederlandse woekerpolisaffaire. Een in eerste instantie individuele procedure tussen een polishouder en de verzekeraar, werd door alle partijen als een proefproces gezien voor de hele verzekeringssector. Of de verzekeraars zouden voor eens en voor altijd van zijn van de claims af die hen al jaren achtervolgen, of de consumenten zou het ultieme rechtsmiddel krijgen om massaclaims in te dienen. Het Hof wijst echter geen duidelijke winnaar aan.

In de woekerpoliszaken draait het tot nu toe steeds om de vraag of verzekeraars al of niet onterecht kosten hebben ingehouden en daar vooraf duidelijk over waren op het polisblad. Verzekeraars zeggen dan dat ze zich altijd netjes aan de minimale voorschriften in de toen geldende wet en de Europese richtlijn hebben gehouden. Woekerpolisadvocaten beroepen zich op zachtere regels, zoals de juridische bepaling als redelijkheid en billijkheid. Verzekeraars hadden volgens hen een extra zorgplicht toen ze de polissen afsloten en hadden beter op de polisbladen moeten vermelden waar de consumenten aan toe waren. Als dat duidelijk was, hadden ze de verzekering nooit afgesloten.

Zelf bepalen

Het Hof zegt nu dat de Nederlandse rechters zelf mogen bepalen of ze de zachte, voor de consumenten gunstige regels hanteren, maar mogen daarin ook weer niet te ver gaan. Ze moeten er ook rekening mee houden dat verzekeraars niet helderziend zijn en van te voren precies kunnen weten hoe ze over welke kosten hadden moeten communiceren.

‘Per woekerpoliszaak moeten rechters dat vaststellen. De uitspraak verplicht ze tot niets’, zegt Danny Bussch, hoogleraar financieel recht aan de Radboud Universiteit. ‘Het is niet zo dat je met deze uitspraak bij de politiek of verzekeraars opeens een nationale collectieve compensatie kunt afdwingen.’ Het Europese oordeel werd afgedwongen door Nationale-Nederlanden in een op zich kleine zaak waarin de Rotterdamse rechtbank in 2012 in een tussenvonnis een verzekerde al in het gelijk stelde. De verzekeraar sloot in totaal ongeveer 500 miljoen van dit soort polissen af en voert momenteel juridische strijd met meerdere collectieve claimorganisaties. Via de Europese rechtsgang wilde Nationale-Nederlanden voor eens en voor altijd af dwingen dat de Nederlandse rechters zich aan de minimumeisen in de Europese richtlijn moeten houden.

Vorig jaar werd de zaak opeens veel groter omdat de belangrijkste adviseur van het Hof van Justitie, Eleanor Sharpston, in haar advies aan de rechters opeens oordeelde dat bij goed lezen van de Europese richtlijn de zachte regels er al in staan. Volgens Sharpston hadden verzekeraars ten alle tijden duidelijk moeten zijn over de kosten. Het Hof heeft dit advies niet op die manier overgenomen.

Bron: Volkskrant

Jan Wolter Wabeke 2014

Wabeke: ‘Geen norm gesteld, maar een aanbeveling gegeven’

De Wabeke-norm was volgens Jan Wolter Wabeke nooit bedoeld als een norm, maar slechts een aanbeveling. Dat zijn aanbeveling uiteindelijk werd uitonderhandeld tot een norm, ging volledig buiten Wabeke om. Dat zegt de voormalig ombudsman van KiFiD in een gesprek dat hij twee jaar geleden had met René Graafsma, eigenaar van Claimexperts. Graafsma heeft het gesprek vandaag naar buiten gebracht.

Wabeke stelt in het gesprek met Graafsma duidelijk dat hij er niet tevreden mee was dat zijn aanbeveling tot een norm werd uitgebouwd: “Wat minder prettig was dat men bleef roepen dat die ombudsman er maar niks van begrepen had en dat hij een norm had gesteld. Allebei was niet waar. Ik had het naar mijn smaak dondersgoed begrepen. Het week ook helemaal niet zo ontzettend veel af van die percentages van wat uiteindelijk in die overeenkomst met die stichtingen is vastgelegd. En ik had bovendien geen norm gesteld, maar een aanbeveling gegeven. Alles is uiteindelijk wel een aanbeveling. Ja, zo van: probeer het zo eens. En dus van enige norm was geen sprake. Dus vond ik het een beetje een vervelende spin om daar een soort Wabeke-norm daarvan te gaan maken, waardoor het een soort status kreeg die het helemaal niet verdiende.”

Redelijk

Volgens Wabeke kan de aan zijn naam verbonden norm niet als een norm beschouwd worden: “Want bij een norm, dan stel je vast dat dat het enige redelijke is. En dat valt toch helemaal te bezien. Omdat er heel veel zaken niet onder zo’n aanbeveling te brengen zijn. Er zijn heel veel zaken waarin de klant luid en duidelijk begrepen heeft met wat voor kosten hij te maken had en met wat voor beleggingsrisico’s. En die mensen hadden eigenlijk helemaal geen recht op enige vergoeding. En er was natuurlijk ook de tussenpersoon niets te verwijten. En die waren echt bij duizenden, dat soort zaken. Maar ze konden toch gebruik maken van die regeling.”

Wabeke vervolgt: “En er waren andere zaken waar de consument klip en klaar besodemieterd was. Iets anders aangeleverd had gekregen dan die had besteld. Zaken waarin je kon bewijzen dat op de aanvraagformulieren iets anders was aangekruist, dan ze hebben gekregen. Toen had je nog geen dienstverleningsdocumenten, maar er waren soms wel zaken vastgelegd in documenten. En die mensen waren gewoon misleid. Die hebben dan recht op veel meer dan in de aanbeveling staat. Namelijk: terugdraaien van de hele overeenkomst. Want het is misleiding en zo staat het in het burgerlijk recht. Met andere woorden: Zowel links als rechts van die aanbeveling was er nog genoeg maatwerk te leveren.”

Voorbeeldzaken

Wabeke beschrijft ook hoe zijn aanbeveling tot stand kwam. Hij vertelt dat er geen eenduidige voorbeeldzaken kwamen. “Maar een, laten we zeggen, representatieve zaak waar iedereen het over eens is dat dit voorbeeld typisch is voor het probleem, die heb ik niet. Ik kan er zelf een bedenken. Maar dan heb ik hem zelf bedacht. En toen heb ik gewoon uit de stapels van verschillende aanbieders een aantal zaken geplukt waarvan ik dacht: die lijkt mij het meest representatief voor het probleem. Dan ga ik in die zaak gewoon aan het werk. Dat leidde er toe dat ik op een gegeven moment, om een lang verhaal kort te maken, tot een soort concept kwam van een soort aanbeveling.”

Maar bij het vervolgproces, waarin de ‘soort aanbeveling’ van Wabeke door claimpartijen en Delta Lloyd werd uitgewerkt tot een norm, was de toenmalig ombudsman zelf niet aanwezig. “En toen heb ik nog twee nachten in het hotel in Amsterdam gezeten vlakbij de locatie waar ze zaten te vergaderen om op afroep beschikbaar te zijn om in te springen. En af en toe via de telefoon op bepaalde dingen wat commentaren te geven. Maar de stichtingen hadden op dat moment geen behoefte aan andere mensen erbij.” René Graafsma: “Dus jij was wel in de buurt, maar je was niet nodig?” Wabeke: “Nee, ik was niet in die zaal waar dat toen gebeurde, in het kantoor van een van de partijen.”

Wabeke laat desgevraagd weten dat hij geen behoefte heeft om op het artikel in te gaan. Hij geeft aan dat het interview met Graafsma niet geautoriseerd is, maar dat hij geen noodzaak ziet om zich van de inhoud te distantiëren.

Bron: amweb.nl

In Trouw: 1988, Strijd voor een truttig papiertje

Internationaal liep Nederland voorop met het openstellen van het huwelijk voor mensen van gelijk geslacht. Maar er was wel een lange strijd nodig, voor het eerste homohuwelijk een feit was. Het koninkrijk bestaat binnenkort tweehonderd jaar. Trouw staat wekelijks stil bij belangrijke gebeurtenissen uit de nationale geschiedenis. Vandaag aflevering 54.

Twee mannen of twee vrouwen die al lang bij elkaar waren. Behoorlijk burgerlijk. Liefst geen migranten, maar autochtonen met oer-Hollandse koppen. Werkzaam in sympathieke beroepen, bijvoorbeeld de zorg of het onderwijs.

Eén mannen- en één vrouwenstel werden niet zomaar uitgezocht om met hun trouwen een juridische doorbraak te forceren. Ze voldeden aan een vooraf opgestelde profielschets. Ze blonken uit in gewoonheid.

Het begon in 1988 met een telefoontje van de in Best woonachtige jurist Jan Wolter Wabeke met zijn plaatsgenoot Henk Krol, hoofdredacteur van de Gay Krant. Na grondige studie had Wabeke in de wet geen beletsel maar zelfs mogelijkheden voor het huwelijk van mensen van het gelijke geslacht kunnen vinden. De twee besloten de strijd aan te gaan.

Het was bijna een militair voorbereide en geleide operatie. De mensen die de strijd voerden moesten zich aan strikte afspraken houden, geen fouten in de media maken en vooral een lange adem hebben. Wabeke schatte dat zo’n vijftien jaar geduld nodig was.

Een eerste succes werd al bereikt in 1989. Na een door de afdeling burgerzaken van de gemeente Amsterdam geweigerd huwelijk bepaalde de Amsterdamse rechtbank dat nergens in de wet stond dat het huwelijk alleen bedoeld was voor man en vrouw, maar dat de wetgever dit wel degelijk zo bedoeld had. Het beginnetje zat in de toevoeging dat de politiek wel iets moest regelen voor paren van gelijk geslacht.

Amsterdam was niet zomaar uitgekozen voor de eerste slag. Wabeke wist dat daar juridische kennis bestond bij de afdeling burgerlijke stand. En hij schatte de rechters in die stad liberaal genoeg in. Voor internationale media-aandacht was Amsterdam ook de juiste plaats.

Homoseksualiteit leek in Nederland lang niet te bestaan. Wie openlijk uitkwam voor zijn voorkeur voor mensen van hetzelfde geslacht, riskeerde ernstige maatschappelijke repercussies. Velen hielden – noodgedwongen – de heteroschijn op en leidden een dubbelleven.

Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw werd het onderwerp langzaam maar zeker iets minder een taboe. Tot 1971 zijn in Nederland zo’n vijfduizend homoseksuelen vervolgd op basis van artikel 248bis uit het Wetboek van Strafrecht. In dat jaar werd die zedelijkheidsbepaling geschrapt. In 1973 verdween homoseksualiteit uit de DSM, het handboek met een overzicht van gangbare psychiatrische stoornissen. Voor die tijd pretendeerden sommige artsen en instellingen de ‘afwijking’ te kunnen behandelen. In religieus geïnspireerde tehuizen behoorde zelfs gedwongen castratie tot de gangbare ‘geneesmethodes’.

Bekende Nederlanders droegen bij aan verdere acceptatie. André van Duin en Jos Brink waren homo. Dat waren toch aardige en beschaafde jongens. Tegelijk bleef het zo op afstand. Homoseksualiteit bleef iets voor artiesten.

Wabeke was zelf in de jaren zeventig de eerste openlijke homoseksueel bij het Openbaar Ministerie en de rechterlijke macht. Wabeke’s man Jan Swinkels herinnert zich hoe hij zich tijdens een receptie voorstelde als vriend van Jan Wolter. Een echtgenote van een rechter begreep het niet: “Wat doet u dan hier?” Toen haar duidelijk werd dat Swinkels dé vriend was, riep ze op hoge toon: “Kán dat dan!?”

Vertrut instituut

Eind jaren tachtig ging het voorstellingsvermogen van veel mensen al een stuk verder. Maar bij openstelling van het burgerlijk huwelijk konden weinigen zich nog wat voorstellen. Hoge ambtenaren op het ministerie waren tegen, net als premier Ruud Lubbers en zijn partijgenoot Ernst Hirsch Ballin, de minister van justitie in Lubbers’ laatste kabinet. Laatstgenoemde zou later tot inkeer komen.

Tegenstand kwam ook uit de totaal andere hoek. De homobelangenorganisatie COC zag er aanvankelijk niets in. PvdA’er Hedy d’Ancona, minister van welzijn, volksgezondheid en cultuur, feministe en voormalig staatssecretaris van emancipatiezaken, evenmin. Homo’s en lesbo’s zaten toch niet te wachten op zo’n vertrut instituut als het huwelijk?

Het vergde uitleggen en nog eens uitleggen om publieke opinie en politiek op andere gedachten te brengen. Zoveel mogelijk wegblijven van de associatie van het huwelijk met het sacrament. Laten zien dat het voor de wet vooral een civielrechtelijk contract was met een dwingende werking richting pensioenfondsen, fiscus en ervende familieleden.

Langzaam begon er iets te schuiven. Gemeenten openden trouwregisters. Dat stimuleerde het nationale debat. De komst van paarse kabinetten hielp ook. In het eerste kwam staatssecretaris van justitie Elisabeth Schmitz met een voorstel voor het geregistreerd partnerschap. In het tweede baande haar opvolger Job Cohen de weg voor de openstelling van het huwelijk. De laatste aarzelingen gingen vooral over beeldvorming. Wat zou het buitenland er wel niet van zeggen?

Nederland stond al bekend als doorgeslagen in tolerantie. Dat beeld domineerde in 2001 ook in een artikel in het Amerikaanse blad Newsweek onder de kop ‘Playing by Dutch rules‘. Prostitutie, softdrugs, de gebruikelijke reeks kwam aan bod. Op het gebied van het homohuwelijk moet de verslaggever werkendeweg zijn teruggekomen van enkele vooroordelen. Bij de trouwfoto van Wabeke en Swinkels stond in het onderschrift dat ze een door en door burgerlijk stel waren.

Job Cohen sloot in datzelfde jaar 2001 ook, inmiddels burgemeester van Amsterdam, het eerste burgerlijk huwelijk tussen twee homo’s. De strijd had niet de geschatte vijftien, maar dertien jaar geduurd.

Dat juist Nederland internationaal voorop liep in de discussie en de wetgeving is volgens Wabeke terug te voeren op de volksaard. “Misschien schiet Nederland soms door in het alles kunnen zeggen, maar in dit geval was het een zegen. Het betekent dat er open over zaken kan worden gediscussieerd. Ik herinner me een discussie met juristen in hoge posities, waar op een zeker moment werd gesteld dat homo’s niet zouden mogen trouwen, omdat het huwelijk er is om kinderen te krijgen. Toen heb ik gevraagd wie er in dat gezelschap gesteriliseerd was. Zij mochten die argumentatie volgend ook niet meer trouwen. In een land als Duitsland zou het in zo’n officiële setting ondenkbaar zijn dat je zo’n vraag stelt. In Nederland kijken ze wel even raar, maar kunnen mensen er later ook best om lachen.”

Met een huwelijk voor iedereen zijn niet alle vooroordelen weg. Agressie tegen homo’s nam de afgelopen jaren zelfs toe. Toch verwacht Wabeke dat het potenrammen, met name door jonge mannen uit migrantengroepen, over zal gaan. “De tegengestelde beweging is sterker.” Cijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau lijken zijn gelijk te bevestigen. De acceptatie van homoseksualiteit is in Nederland in de afgelopen jaren toegenomen.

Na de openstelling van het burgerlijk huwelijk volgden veel landen het Nederlandse voorbeeld. Wabeke: “In België had ik het wel verwacht. Spanje en een aantal Zuid-Amerikaanse landen hebben me prettig verrast. Het proces volgt steeds het Nederlandse patroon. Het kost drie regeerperiodes voor het erdoor is. Het eerste kabinet zal zich ertegen verzetten, een tweede zal het willen overwegen, een derde zal het voor zijn rekening willen nemen.”

Bron: Trouw.nl

Jan Wolter Wabeke 2012

Eggenkamp verbaasd over besluit

EINDHOVEN – Het college van bestuur van de Design Academy Eindhoven heeft vorige week met ‘enorme verbazing’ kennisgenomen van het besluit van de drie afdelingshoofden van de masteropleiding om per direct op te stappen.
“Wij hebben hen vertrouwen gegeven , maar kennelijk hebben ze dat niet zo gevoeld”, reageert Anne Mieke Eggenkamp, voorzitter van het college van bestuur van de hogeschool. Vernieuwing van de onderwijsstructuur is volgens haar en collega-bestuurslid Igor van Hooff noodzakelijk om aan de ‘eisen van de veranderende tijd te blijven voldoen’.

Jan Wolter Wabeke, voorzitter van de raad van toezicht van de DAE, betreurt de gang van zaken en schaart zich volledig achter het college van bestuur. Hij noemt de uitlatingen van de drie vertrokken hoofden ‘op onderdelen onjuist, nodeloos beschadigend en onbegrijpelijk als zij tegelijkertijd hun liefde voor de academie belijden’.

======

Jan Wolter Wabeke, Chairman of the DAE Supervisory Board, regrets the affair and ranges himself completely to the side of the Executive Board. He calls the statements of the three left department heads ‘partly incorrect, unnecessarily damaging and incomprehensible, if at the same time they confess their love for the academy.’ According to Wabeke, the three heads have not previously contacted the Supervisory Board. “It’s a shame that these heads, before I had a chance to talk to them, rant like this.”

Bronnen: ed.nl en designacademy.nl

FD: Financiële ombudsman tegengewerkt

Ombudsman financiële dienstverlening Jan Wolter Wabeke is vorig jaar gefrustreerd opgestapt bij klachtenorgaan Kifid. Hij werd tegengewerkt door het bestuur en de directie. Dat meldt het Financieele Dagblad.

De krant beschikt onder meer over een brief van de voormalige directiesecretaresse van Kifid aan het bestuur. Hierin staat dat directeur Kees Oosterholt haar opdroeg Wabeke te ‘bespioneren’. Zij moest mail, post en telefoontjes die voor hem binnenkwamen filteren. Uitnodigingen voor vergaderingen en interviews moest zij onderscheppen. Oosterholt probeerde zo te verhinderen dat Wabeke openbare uitspraken zou doen die de financiële sector niet bevallen.

Het bestuur van Kifid, waarin banken en verzekeraars domineren, werkte Wabeke verder tegen door het budget voor klachtenbehandeling klein te houden. Ook bekritiseerden bestuursleden Wabeke in de wandelgangen over zijn stellingnames in specifieke dossiers, zoals de provisies die verzekeraars aan tussenpersonen betalen.

Wabeke vertrok in september vorig jaar terwijl hij eigenlijk tot 2012 zou aanblijven. De secretaresse is uit ongenoegen ook opgestapt.

Bron: BNR.nl

Omroep Brabant: 10 jaar homohuwelijk, Best als middelpunt

BEST – Het eerste homohuwelijk ter wereld werd tien jaar geleden gesloten in Amsterdam. Het Brabantse Best staat op deze memorabele dag midden in de belangstelling. Want hoofdredacteur van de Gay Krant Henk Krol is immers een strijder van het eerste uur en afkomstig uit Best.

Henk Krol heeft een drukke agenda vanwege het jubileum. Naast het geven van allerlei interviews sloot Henk Krol vrijdag het huwelijk tussen Giovanni en Jethro in Tilburg. Media uit binnen- en buitenland volgden het op de voet.

Gelijke rechten

Henk Krol stond samen met jurist Jan-Wolter Wabeke aan de wieg van openstelling van het huwelijk voor partners van gelijk geslacht. De Stichting Vrienden van de Gay Krant (SVGK) werd in 1981 opgericht met als doel emancipatie van homoseksuele mannen en lesbische vrouwen in de Nederlandse samenleving te bevorderen en de destijds geldende ongelijkheden te bestrijden.

Weigerambtenaren

Ondanks de komst van het homohuwelijk zijn er nog altijd ongelijkheden waar de stichting voor strijdt. Zo zijn er zogenaamde ‘weigerambtenaren’ die geen homohuwelijken willen bezegelen. Ineke van Gent, Tweede Kamerlid voor GroenLinks, heeft uitgerekend op deze feestdag het initiatief genomen voor een nieuw wetsvoorstel om daar een einde aan te maken. Ook wil ze dat in het onderwijs zo breed mogelijk explicitet aandacht wordt besteed aan homoseksualiteit. En ouderschap van homo- en lesbienneparen zou volstrekt identiek moeten worden gemaakt aan die van heterostellen.

Verjaardagscadeautje

Krol is blij met het ‘verjaardagscadeautje’. “De drie voorstellen van Van Gent zijn natuurlijk het mooiste verjaardagscadeautje op de dag dat we tien jaar opengesteld burgerlijk huwelijk vieren. Als je ziet hoe VVD, PvdA, D66 en SP zich met GL drie jaar geleden uitspraken tégen de weigerambtenaar, dan ben ik erg hoopvol gestemd”, aldus Krol op de site van SVGK.

Vrijdagavond gaat in Best de compositie in première die geschreven is voor het tienjarig bestaan van het homohuwelijk in Nederland. Krol is daarbij niet aanwezig want hij zal in de Westergasfabriek in Amsterdam tijdens een bijeenkomst van de gemeente Amsterdam ambassadeurs toespreken van landen waar de discussie nu loopt. “Ik vind het heel jammer dat ik er niet bij ben in Best maar in Amsterdam bereik ik een groter publiek.”

Voorbeeld doet volgen

In de afgelopen tien jaar zijn 15.000 homostellen in de echt met elkaar verbonden. In verschillende landen is het Nederlandse voorbeeld inmiddels gevolgd, onder andere in België, Spanje, Canada, Noorwegen, Zuid-Afrika, Zweden, Portugal, IJsland, Nepal en Argentinië.

Bron: omroepbrabant.nl

Jan Wolter Wabeke 2010

Eindhoven, lelijkste stad van Nederland?

Velen zullen Jan Wolter Wabeke kennen als de Financieel Ombudsman. Die functie heeft hij op 1 oktober 2010 neer­gelegd. Hij is benoemd tot rechter bij het Gerechtshof in Den Haag. ­Daarnaast is hij voor­zitter van de Raad van Toezicht van Design Academy Eind­hoven en lid van de Raad van Toezicht van het Catharina Ziekenhuis.

Onlangs was het 18 september, de bevrijdings­dag in Eindhoven. Op die dag, in 1944, was de stad een schim van wat ze geweest was. Gevechtshandelingen legden het centrum in puin. Met enthousiasme – maar met weinig geld en visie – begon de wederopbouw. Daar­bij vierde functionaliteit hoogtij. Lelijke gebou­wen en wijken verrezen. Veel van Eindhovens trots die het oorlogsgeweld had overleefd, moest het alsnog ontgelden. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat niet alles fout ging. Het prachtige ontwerp van de Bijenkorf is daarvan het statige bewijs. Alleen zetten ze dan een shopping mall met glazen afdak tegen deze icoon aan, die de gesoig­neerde titel ‘piazza’ verre van verdient. Ruimtelijke ordening? Ruimtelijke opeen­hoping is een betere term. Bestuurders krijgen het niet voor elkaar om samenhang en een natuurlijke kern in de stad te creëren.

Nee, Eindhoven moet het predikaat ‘lelijkste stad van Nederland’ zien te ontwijken. De stad moet het tij zien te keren. In deze tijden van grote financieringstekorten zijn herschikking van prioriteiten en publiek-private samen­werking dringend gewenst. Daarom pleit ik voor temporisering van de grootse plannen rondom Brainport, om nog meer leegstand te voorkomen. Laten we bij de stadsontwikkeling de burger als uitgangspunt nemen. En werken aan eerste kwaliteit huisvesting, goed geplan­de wijken, doeltreffend veiligheidsbeleid, toegankelijke gezondheidscentra en aantrek­kelijke culturele voorzieningen. Hier ligt een belangrijke taak voor woonbedrijven en plaats­elijke ondernemers. En laten de bestuurders, bouwers en beheerders de vele uitstekende ontwerpers die Eindhoven voortbrengt, nu ein­delijk eens betrekken bij het meewerken aan een mooi en duurzaam Eindhoven.

Bron: W platform